Voedingssupplementen
Al een aantal jaren worden de voedingssupplementen glucosamine en chondroïtine gebruikt door mensen met (pijn)klachten als gevolg van artrose. Is echter wel aangetoond dat deze middelen effectief zijn? En zijn er geen risico’s en bijwerkingen op de lange duur?
Aanvankelijk werd onderzoek naar deze middelen alleen verricht door de
voedingssupplementenindustrie. Dat klinkt weinig betrouwbaar en dat is het
ook. Gelukkig worden nu ook onafhankelijke wetenschappelijke onderzoeken
gedaan. Hieruit blijkt het volgende:
- Hoewel er duidelijke aanwijzingen lijken te zijn voor een gunstig effect, is een definitieve plaatsbepaling van deze middelen bij de behandeling van artrose nog niet mogelijk
- Glucosamine en chondroïtine zijn niet geregistreerd als geneesmiddelen, maar vallen onder de Warenwet. Om die reden vindt er geen gericht onderzoek plaats naar bijwerkingen.
- Vooralsnog lijken de bijwerkingen van deze middelen beperkt te zijn en niet ernstig van aard.
- Bijwerkingen op langere termijn zijn niet bekend.
- Mensen met suikerziekte dienen voorzichtig te zijn met het gebruik van deze middelen.
- Er zit een enorm verschil in de kwaliteit van de verschillende glucosaminepreparaten die in de handel zijn, ook de doseringen en de namen van de stoffen kunnen verschillen. Dit maakt het moeilijk controleerbaar voor de consument.
- De wetenschappelijke onderzoeken zijn uitgevoerd met een dosis van 1500 mg glucosaminesulfaat en 1200 mg chondroitinesulfaat per dag.
Op de verpakking van de 15 belangrijkste glucosaminepreparaten in Nederland
schommelt de aanbevolen dosering tussen de 250 mg en de 2850 mg per dag of
staat de dosering niet duidelijk vermeld. Ook wordt op de verpakking van 4
van de 15 glucosaminemerken een te hoog gehalte aan glucosaminesulfaat
genoemd. In werkelijkheid is de glucosamine dan gecombineerd met een andere
stof, zoals kaliumchloride. Let dus goed op!
Het toevoegen van andere stoffen, zoals mangaan, selenium, vitamine C enz.
is niet bewezen effectief, nadelen zijn echter ook niet bekend.
Glucosamine wordt gewonnen uit schaaldieren, chondroïtine vooral uit
kraakbeen van runderen en kalveren. Om die reden is chondroïtine wat minder
populair geweest na de uitbraak van de gekkekoeienziekte. Chondroïtine
bestaat uit grote moleculen, waarvan slechts 10% wordt opgenomen via het
maagdarmkanaal. Het wordt nauwelijks als enkelvoudig preparaat in de handel
gebracht, maar meestal gecombineerd met glucosamine.
Bovenstaande informatie is ontleend aan het Geneesmiddelenbulletin (Gebu
2005;39:67), dat onafhankelijk geneesmiddelenonderzoek verricht.
