Worstelen met een nieuwe wet

Reformatorisch Dagblad 18-02-2006 De nieuwe vrijstellingsregeling voor gemoedsbezwaarden zorgt voor veel onduidelijkheid. Dat bleek onder andere uit de massale belangstelling voor het symposium dat het Reformatorisch Dagblad vorige week zaterdag over dit onderwerp organiseerde. Vijf deskundigen geven antwoord op een aantal veelgestelde vragen.

De organisaties die zij vertegenwoordigen, zijn betrokken bij een initiatiefgroep die nadenkt over de positie van gemoedsbezwaarden in het nieuwe zorgstelsel.
Nog niet iedereen is vertrouwd met de nieuwe zorgwet. Wat te denken van de volgende vraag. "Komt de nieuwe verzekering nu in de plaats van de oude of is het een extra verzekering? En zo niet, waarom is er dan sprake van een aanvullende verzekering?"
Het is een van de vragen die tijdens het RD-symposium over de nieuwe zorgwet schriftelijk werden ingediend, maar vanwege de tijd onbeantwoord moest blijven. Toch is de conclusie duidelijk: nog steeds niet iedereen heeft in de gaten dat sinds 1 januari het bestaande zorgverzekeringsstelsel compleet op de schop is gegaan. Anders dan vroeger, toen mensen zich afhankelijk van hun inkomen konden verzekeren bij een ziekenfonds of particuliere verzekering, is iedereen nu verplicht een zogenaamde basisverzekering af te sluiten. Deze vervangt de oude ziekenfonds- en particuliere verzekering, die met ingang van 1 januari zijn opgehouden te bestaan.
Naast de wettelijke plicht om een basisverzekering af te sluiten, kunnen mensen ervoor kiezen zich aanvullend te verzekeren. Daarmee dekken ze zich in tegen bijzondere zorgkosten, die niet vanuit de basisverzekering worden betaald.
 
Vrijstellingsregeling
Voor gemoedsbezwaarden is van belang dat door de nieuwe zorgwet ook de vrijstellingsregeling is veranderd. Veel meer mensen dan vroeger hebben nu te maken met een verzekeringsplicht. Het aantal mensen dat zich door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van die plicht moet laten ontheffen, is daarmee ook gestegen. Tot de nieuwe groep die voor 1 mei moet zorgen voor een vrijstellingsbewijs, behoren onder anderen de echtgenote van de kostwinner, zo schreef deze krant maandag in een verslag van het symposium.
Ook principieel onverzekerde directeur-grootaandeelhouders en zelfstandige ondernemers met een jaarwinst van meer dan 21.000 euro moeten een vrijstelling aanvragen. De ontheffingsplicht strekt zich verder uit tot alle kinderen die dit jaar 18 worden én tot kinderen die jonger zijn maar al betaald werk doen.
 
Spaarpotregeling
Niet alle onduidelijkheden over de nieuwe regeling konden op het symposium worden weggenomen. Vragen die nog blijven leven, hebben onder andere betrekking op de premievervangende inkomstenbelasting die gemoedsbezwaarden moeten afdragen. In de meeste gevallen gaat het om een bedrag van zo'n 1950 euro (6,5 procent van maximaal 30.015 euro) per jaar. Deze belasting wordt overgeboekt naar het College voor zorgverzekeringen (CVZ), dat op naam van de gemoedsbezwaarde een spaarregeling opent. Dit potje mag worden aangesproken op het moment dat er zorgkosten worden gemaakt, waarbij kosten onder de 164 euro voor eigen rekening blijven. Zijn er weinig zorgkosten, dan hevelt het CVZ het saldo dat nog over is aan het eind van het jaar over naar het Zorgverzekeringsfonds, zodat het aan anderen ten goede komt.
 
Vragen over de spaarpotregeling
Mr. W. van Vliet van Van Ree Accountants (Barneveld/Doorn) reageert op vijf vragen over deze spaarpotregeling. A. Luteijn van Pro Life Zorgverzekeringen gaat in op vraag 6.
 
1. Stel, in jaar 1 komt er 1950 euro in de spaarpot. Als er geen ziektekosten zijn, gaat de helft naar de algemene middelen, zodat 975 euro overblijft. In jaar 2 komt er 1950 euro bij, eindsaldo 2925 euro. Wat verdwijnt in jaar 2 uit de spaarpot richting CVZ?
Alleen de helft van de over het voorgaande jaar verschuldigde premie wordt aan de spaarpot onttrokken. Na het eerste jaar wordt er 975 euro onttrokken. Na het tweede jaar wordt niet het saldo van de spaarpot gehalveerd, maar wordt er weer 975 euro aan onttrokken, zodat er 1950 euro resteert.
 
2. Hebben thuiswonende kinderen van 18 jaar en ouder hetzelfde spaarpotje als de ouders? Wat gebeurt er bij verhuizen?
Volgens de wetgeving is er één spaarpotje als twee of meer gemoedsbezwaarden een gezamenlijk huishouden voeren. Thuiswonende kinderen van 18 jaar en ouder hebben dus inderdaad dezelfde spaarrekening. In de wetgeving is nog niet vastgelegd wat er gebeurt als een van de gemoedsbezwaarden daarna zelfstandig gaat wonen. Hierover dient nadere regelgeving te worden opgesteld.
 
3. Heb ik het goed begrepen dat tandartskosten van kinderen tot 18 jaar wel uit het zorgpotje betaald kunnen worden, maar die van de ouders en van alle kinderen boven de 18 niet?
Ja, dat heeft u goed begrepen. Het gaat hierbij om de vraag welke kosten normaliter onder de basisverzekering vallen. Alleen die kosten worden uit de spaarrekening terugbetaald. Normaliter vallen tandartskosten van kinderen tot 18 jaar wel onder de basisverzekering en die van 18 jaar en ouder niet.
 
4. Als ik mijn potje heb leeg gedeclareerd en er komt nog een rekening, kan ik dan wachten met indienen tot volgend jaar?
De details van de regeling zijn nog niet uitputtend vastgelegd. Het jaar van behandeling is echter zeker van belang. De nota zal worden toegerekend aan het jaar waarin de behandeling heeft plaatsgevonden. Komt er dus nog een nota nadat het potje al leeg is, dan kan die niet meer in een volgend jaar worden gedeclareerd. Het kan in zo'n situatie dus voordeliger zijn een behandeling uit te stellen naar een nieuw jaar. Voor wat betreft de diagnose-behandelingcombinaties (DBC's) geldt dat de aanvangsdatum van de behandeling bepalend is.
 
5. Zorgkosten mogen gedeclareerd worden uit het CVZ-spaarpotje, maar hoe vaak per jaar betaalt het CVZ uit? Moet ik belasting betalen over deze declaraties?
Momenteel is nog niet bekend hoe lang het CVZ doet over uitbetaling van een declaratie. De fiscale behandeling is als volgt: de procentuele premie die in de spaarpot wordt gestort (maximaal 1950 euro) zal aftrekbaar zijn als buitengewone last, waarbij voor feitelijke aftrekbaarheid wel de aanzienlijke inkomensafhankelijke drempels dienen te worden overschreden. Feitelijk gemaakte ziektekosten zijn niet aftrekbaar voor zover hiervoor uitbetaling uit de spaarpot plaatsheeft. De door uzelf betaalde ziektekosten zijn wel aftrekbaar.
 
6. Stel, op 31 december wordt de helft van het saldo van de CVZ-spaarrekening opgenomen als solidariteitsheffing. Als je in december nog hoge ziektekosten hebt gemaakt, maar de factuur daarvan pas in maart ontvangt, wordt die solidariteitsheffing dan teruggedraaid?
Aangezien een gemoedsbezwaarde nog tot een kalenderjaar na de verrichting kan declareren, zal berekening van het uitstaand saldo voor het eerst pas geschieden na 31 december 2007. Dus dit gaat automatisch goed. Het CVZ wacht dus een jaar voordat het daadwerkelijke saldo wordt berekend en er eventueel overheveling van gelden plaatsheeft. Bij te late inlevering van een factuur, dus als het kalenderjaar inmiddels is verstreken, vervalt deze en heeft geen uitkering meer plaats.
 
Vrijstellingsregeling
Wie een vrijstelling wil verkrijgen mag, afgezien van de Algemene ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW), aan geen enkele verzekering deelnemen. Elke gemoedsbezwaarde verklaart dus principiële bezwaren te hebben tegen bijvoorbeeld een WA-verzekering maar ook tegen de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). Sommigen vragen zich af hoe het zit met het voor zakelijk gebruik verzekeren van auto's. Anderen maken zich zorgen over de toegang tot de AWBZ. Inmiddels is bekend dat gemoedsbezwaarden hun recht op AWBZ-voorzieningen behouden. Ze hoeven daarvoor geen aparte verzekering af te sluiten, wel moeten ze zorgen dat ze bij een zorgverzekeraar zijn geregistreerd.

Vragen over de vrijstellingsregeling
Mr. L. Vogelaar van de Landelijke werkgroep gemoedsbezwaarden reageert op twee vragen over de vrijstellingsregeling in relatie tot het gebruik van andere verzekeringen. A. Luteijn van Pro Life Zorgverzekeringen legt uit wat er gebeurt als een gemoedsbezwaarde zich voor zijn AWBZ-erkenning bij een verzekeraar registreert.
 
1. Mijn auto is eigendom van een bedrijf dat voor 50 procent mijn zaak is. Mijn compagnon wil geen risico's lopen en goed verzekerd zijn. Kan ik op basis van bovenstaand gegeven de auto op naam van de zaak verzekeren en privé gemoedsbezwaard blijven?
De auto is eigendom van het bedrijf, maar deze zaak, een maatschap of firma onder vennootschap of commanditaire vennootschap, is geen rechtspersoon. Dat betekent dat de gemoedsbezwaarde vennoot eigenlijk niet meer kan verklaren dat hij zijn eigendommen niet heeft verzekerd. De auto van de zaak is namelijk ook voor de helft zijn eigendom. Mogelijke oplossing is dat de gemoedsbezwaarde vennoot verklaart dat hij geen premie betaalt en ook geen uitkering van de verzekeringsmaatschappij zal aanvaarden. Bij de winstverdeling kunnen de onkosten verrekend worden.
 
2. Het ABP wil mij niet ontheffen van mijn pensioenplicht. Heeft dat gevolgen voor mijn vrijstelling?
Waarom wil het ABP geen ontheffing verlenen? Volgens het Pensioenreglement art. 17.1 is het mogelijk op schriftelijk verzoek aan het ABP en toezending van de erkenning als gemoedsbezwaarde vrijgesteld te worden van de pensioenverzekering. Er wordt dan een spaarregeling voor in de plaats gesteld. Misschien bedoelt de vragensteller: ik wil erkend worden als gemoedsbezwaarde, de SVB wijst mij erop dat ik dan geen pensioenverzekering mag hebben en het ABP stelt zich op het standpunt: U moet eerst een erkenning hebben als gemoedsbezwaarde, dan pas kunnen wij u vrijstellen van de pensioenverzekering. Een onjuiste redenering: je draait dan in een vicieuze cirkel rond. De SVB moet de erkenning afgeven als u op het aanvraagformulier aangeeft de pensioenverzekering om te zetten in een spaarregeling. Het ABP moet nadat de erkenning is afgegeven, het verzoek tot omzetting van de pensioenverzekering in een spaarregeling toestaan.
 
3. Om als gemoedsbezwaarde AWBZ-gerechtigd te worden, moet je je laten registreren bij een zorgverzekeraar. Hoe gaat dit precies in zijn werk? Welke stappen moet je daarbij zetten en wat houdt die registratie precies in?
De registratie is kosteloos en verplicht tot niets. De registratie is van belang omdat het zorgkantoor dat de AWBZ gelden beheert, moet kunnen controleren of iemand recht heeft op AWBZ. Deze registratie is overgelaten aan de zorgverzekeraars. Mensen hoeven zich niet van tevoren al te laten registreren; het hoeft pas als men gebruik denkt te gaan maken van de AWBZ. Eerder registreren mag overigens wel. Mensen kunnen zich kosteloos bij Pro Life laten registreren als gemoedsbezwaarde. Het makkelijkst is het versturen van een e-mail met de persoonlijke gegevens naar info@prolife.nl. Bellen kan ook naar 033- 4228188 (op werkdagen van 08.00 tot 17.00 uur).
 
Toegang tot zorg
Van diverse ziekenhuizen is bekend dat patiënten eerst hun poliskaart moeten tonen alvorens ze worden geholpen. Wie onverzekerd is, bijvoorbeeld omdat hij als dak- en thuisloze over straat zwerft, komt in sommige ziekenhuizen alleen in aanmerking voor spoedeisende hulp. Omdat ook gemoedsbezwaarden onverzekerd zijn, vrezen sommigen straks door een ziekenhuis op één hoop te worden gegooid met dak- en thuislozen en alleen nog behandeld te zullen worden bij levensbedreigende aandoeningen. Anderen zijn vooral beducht voor het nieuwe declaratiesysteem (officieel diagnose-behandelingcombinaties -afgekort tot DBC's- geheten ) dat ziekenhuizen sinds kort hanteren en dat bij een aantal behandelingen voor hoge rekeningen zorgt. Dr. R. Seldenrijk van de Nederlandse Patiënten Vereniging belicht de relatie tussen ziekenhuizen en het recht op zorg voor gemoedsbezwaarden en andere onverzekerden.
 
1. Is het tonen van een vrijstellingsbewijs voldoende om in een ziekenhuis geholpen te worden?
De gedachte is geopperd om voor mensen die -in onderscheiding van dak- en thuislozen- expliciet aangeven dat zij bewust gemoedsbezwaard zijn, een zorgpas te ontwikkelen. Dit voorstel moet in overleg met de zorgverzekeraar nog verder worden uitgewerkt. Een dergelijke pas zou voldoende moeten zijn voor het ontvangen van medisch noodzakelijke zorg.
 
2. Hoe groot is de vrijheid van artsen en ziekenhuizen om te onderhandelen over de tarieven voor gemoedsbezwaarden?
Tarieven zijn -op een klein aantal ingrepen na- door het College Tarieven Gezondheidszorg vastgelegd in diagnose-behandelingcombinaties (DBC's). Daarover wordt onderhandeld tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Er blijft dan in beginsel geen ruimte over voor aanvullende onderhandelingen over de tarieven tussen artsen en gemoedsbezwaarden.
 
3. Hoe ver reikt de wettelijke zorgplicht van ziekenhuizen? Welke behandeling mogen zij weigeren aan niet-verzekerden en welke niet?
Voor artsen is vooral van belang dat hun beroepsethiek hen verplicht zorg te verlenen aan eenieder die dit nodig heeft en zonder aanzien des persoons (gedragsregels artsenorganisatie KNMG). Als het gaat om medisch noodzakelijke zorg beslist de arts of een behandeling plaatsheeft. Het gaat dan om situaties waarin de verlening van medische zorg niet kan worden uitgesteld of onthouden zonder het leven of de gezondheidstoestand van betrokkene dan wel de Nederlandse volksgezondheidstoestand ernstig in gevaar te brengen (memorie van toelichting bij de Koppelingswet). Dit uitgangspunt geldt voor alle niet-verzekerden, aldus minister Hoogervorst in antwoord op Kamervragen van Tweede Kamerlid Arib (PvdA) in januari.
Als extra steun in de rug voor de gemoedsbezwaarden zou in dit verband het aanleggen van een spaarfonds voor gemoedsbezwaarden nader onderzoek verdienen.
 
4. Heeft een ziekenhuis het recht gemoedsbezwaarden van tevoren te verplichten tot een aanbetaling?
Ethisch en juridisch zijn er geen belemmeringen voor ziekenhuizen om een aanbetaling te vragen. Ziekenhuizen werken met een behandelingsovereenkomst en die bevat ook verplichtingen voor de patiënt. Een ziekenhuis zoals het MC Haaglanden legde in 2005 een miljoen euro toe op onverzekerden en het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam 800.000 euro. Daarom is de minister van VWS in december 2005 geadviseerd een waarborgfonds voor onverzekerden op te richten. Dit fonds zal slechts een bepaald percentage van de kosten van medisch noodzakelijke zorg betalen.
 
5. Waar kan ik klachten over DBC-tarieven het beste melden? Bij een tuchtcollege of bij een patiëntencollectief?
Ontstaat er voor de groep mensen met gemoedsbezwaren een vorm van onrechtvaardigheid ten opzichte van mensen met een zorgverzekering of dak- en thuislozen, dan valt deze ethische problematiek binnen de taak van de NPV.
Voor andere problemen veroorzaakt door alle veranderingen in de gezondheidszorg en voor vragen van meer technische aard, bijvoorbeeld over coderingen en tarieven van behandelingen, kunt u terecht bij de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (NPCF), een landelijke koepelorganisatie van tientallen patiënten- en consumentenorganisaties waarbij ook de NPV is aangesloten. Het telefonische meldpunt is bereikbaar op maandag, dinsdag en donderdag van 10.00 tot 16.00 uur via 030-2916777. Een andere mogelijkheid is het melden van knelpunten via www.npcf.nl."
 
Relatie werkgever-werknemer
Ook gemoedsbezwaarde werkgevers en werknemers moeten nagaan wat in het nieuwe zorgstelsel hun rechten en plichten zijn. Chr. Baggerman van de reformatorische vakorganisatie RMU beantwoordt twee vragen; een van een werknemer en een van een werkgever.
 
Naast mijn inkomen uit de AOW heb ik nog een baan als oproepkracht. Moet mijn werkgever daar ook 6,5 procent van mijn loon over inhouden?
Ja, er wordt geen onderscheid gemaakt in leeftijd, zodat iemand van 65 jaar of ouder op dezelfde wijze is onderworpen aan de Zorgverzekeringswet als iemand die jonger is dan 65 jaar. Ook het inkomensmaximum van 30.015 euro en de hoogte van de premie wijken voor 65-plussers niet af. De werkgever moet die inhouding ook vergoeden. De verschuldigde inkomstenbelasting en de sociale premie over die vergoeding resteert uiteindelijk als 'last' voor de werknemer.
 
Als een gemoedsbezwaarde werkgever in een vennootschap onder firma (VOF) een ziektekostenverzekering voor zijn medewerkers heeft afgesloten, wat moet hij dan voor 1 mei 2006 geregeld hebben om privé als gemoedsbezwaarde te kunnen worden erkend?
Onduidelijk is wat vragensteller precies bedoelt met 'een ziektekostenverzekering voor zijn medewerkers'. Slaat dit op een collectiviteitscontract voor de ziektekostenverzekering van de medewerkers of op een verzekering voor (gedeeltelijke) doorbetaling van het loon van een medewerker bij ziekte?
Is er sprake van een collectivteitscontract, dan is niet de onderneming maar zijn de individuele medewerker en zijn eventuele gezinsleden verzekerd, nadat dezen zich persoonlijk bij de ziektekostenverzekeraar hebben aangemeld. In een dergelijke situatie kan de werkgever als deelnemer in een VOF privé een vrijstelling aanvragen, ervan uitgaande dat de VOF geen andere verzekeringen zoals brand-, diefstal- en autoverzekeringen heeft. Zijn die er wel, dan moet uit de notulen blijken dat de meerderheid van de beslissingsbevoegden van de VOF voor die verzekeringen van een vrijstelling heeft afgezien, terwijl de werkgever in kwestie daar wel op heeft aangedrongen. In ieder geval dient een verzoek tot vrijstelling voor 1 mei 2006 te worden ingediend bij de Sociale Verzekeringsbank. Er moet dan een verklaring worden ingevuld waaruit blijkt dat de gemoedsbezwaarde bezwaren heeft tegen elke vorm van verzekeren, en dat hij uit dien hoofde zichzelf, noch iemand anders, noch zijn eigendommen heeft verzekerd. Dat deel van de notulen waarin met de andere vennoten gesproken is over het vragen van vrijstelling, dient aan deze verklaring te worden gehecht.
Is de VOF verzekerd voor (gedeeltelijke) doorbetaling van het loon van een medewerker bij ziekte, dan geldt net als hierboven dat uit de notulen moet blijken dat de meerderheid van de beslissingsbevoegden van de VOF van een vrijstelling heeft afgezien. Duidelijker is nog als de gemoedsbezwaarde firmant heeft laten vastleggen dat hij bij vaststelling van zijn winstaandeel niet wil deelnemen in de premie en een eventuele uitkering.
Sommigen merken op dat de Sociale Verzekeringsbank de door en namens een BV afgesloten verzekeringsovereenkomst niet opmerkt bij het toetsen van vrijstellingsaanvragen. Hierdoor zou een gemoedsbezwaarde juridisch gezien namens zijn BV toch verzekeringsovereenkomsten kunnen afsluiten, maar dit is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de wetgever.