Alternatieve geneeswijzen
In dit advies staan eerst enige algemene opmerkingen over alternatieve geneeswijzen. Vervolgens worden drie geneeswijzen besproken: homeopathie, acupunctuur en iriscopie. In de polis van Pro Life staan ook andere behandelingen vermeld, maar die zijn minder omstreden vanuit levensbeschouwelijk oogpunt (chiropractie; manuele geneeskunde; Moermantherapie; natuurgeneeswijzen; neuraaltherapie; orthomanipulatie; orthomoleculaire geneeskunde; orthopedische geneeskunde; osteopathie).
Inleiding
Ondanks de knappe prestaties van de reguliere (universitaire) geneeskunde
neemt de belangstelling voor de alternatieve (niet-universitaire)
geneeskunde de laatste jaren sterk toe, zowel onder leken als onder medici.
Tot de gebruikers van de alternatieve geneeskunde behoren de pragmatici
('baat het niet, het schaadt ook niet'), de gefrustreerden (zij, die
teleurgesteld zijn in de reguliere geneeskunde), de principiëlen (zij, die
op grond van hun levens- en wereldbeschouwing kiezen voor alternatieve
therapeuten). Opvallend is dat veel reformatorische christenen maken gebruik
van alternatieve geneeswijzen.
Begin jaren '90 waren er 13 miljoen consulten per jaar bij 6000 alternatieve
genezers. Het percentage personen dat een alternatieve therapeut raadpleegt,
zijnde niet de eigen huisarts, nam tussen 1981 en 1990 toe met gemiddeld 0,3
% per jaar, tot 6% van de totale bevolking. Dat zijn circa 950.000
Nederlanders. Sinds 1991 blijkt dat percentage vrijwel onveranderd. Het
aantal personen dat een huisarts raadpleegt die alternatieve geneeswijzen
toepast, is in de periode tussen 1981 en 1990 veel sterker toegenomen. In
1981 bezocht 3,8 % van de bevolking een alternatief werkende huisarts, in
1990 bedroeg dit percentage 14. Of deze tendens zich heft doorgezet, is niet
bekend.
Wanneer alternatieve therapeuten en alternatief werkende huisartsen worden
samengenomen, berekent het CBS dat 15,7 % van de bevolking hier gebruik van
maakt. Dat zijn 2,3 miljoen mensen met in totaal 14,1 miljoen
patiëntencontacten. De meest gehanteerde geneeswijzen zijn: homeopathie,
acupunctuur, paranormale geneeswijzen en natuurgeneeskunde.
Het is overigens onbekend of de alternatief werkende huisarts in het
patiëntcontact een alternatieve of reguliere behandeling toepaste. Ter
vergelijking: het aantal contacten tussen huisarts en patiënt bedraagt per
jaar 70 miljoen.
Onderzoek in huisartsenpraktijken geeft aan dat bijna de helft van de
huisartsen, al dan niet incidenteel, één of meer alternatieve geneeswijzen
toepast. Samenvattend kan worden gesteld dat er 19.255 georganiseerde en
3347 niet georganiseerde beroepsbeoefenaars van alternatieve geneeswijzen in
Nederland werkzaam zijn. In totaal gaat het dus om 22.602 personen. Ter
vergelijking: per 1 januari 2003 waren er 7200 praktiserende huisartsen en
11.500 praktiserende fysiotherapeuten in Nederland. (Van Dijk, 22-25)
Zowel de reguliere als de alternatieve geneeskunde gaan uit van modellen die
per definitie reductief zijn. De werkelijkheid is niet te vatten in een
bepaald model. Onze kennis van het leven is 'ten dele' en kent veel lacunes.
Daarom past ons allen bescheidenheid in dit opzicht. De reguliere
geneeskunde heeft zeker veel tekortkomingen. Er is daarom geen enkele reden
tot kritiekloze aanvaarding, laat staan verheerlijking ervan. Daar staat
tegenover, dat door de opkomst van de alternatieve geneeskunde het gevaar
van kwakzalverij en medicalisering is toegenomen. Hiertegen dient de patiënt
beschermd te worden.
Pastoraal-ethische kant van alternatieve geneeswijzen
De vraag 'Mag ik alternatief behandeld worden?' heeft niet alleen een
medische, maar ook een pastoraal-ethische kant. De Bijbel spreekt over de
mogelijkheid, dat geestelijke machten de mens aftrekken van God. Ook in het
zoeken naar genezing kunnen mensen in contact komen met deze geestelijke,
demonische machten. Mede als reactie op het mechanistische, Cartesiaanse
denkmodel dat in de reguliere geneeskunde een belangrijke rol speelt, is een
nieuw holistische wijze van denken in opkomst. Bij de beoordeling daarvan is
het belangrijk onderscheid te maken tussen een vorm van holisme die de mens
in al zijn facetten en vermogens als één geïntegreerd geheel beziet, en een
andere vorm, het kosmologisch holisme, die de mens beziet als organisch
deeltje van de kosmos. Tegen de eerste vorm van holisme hebben we geen enkel
bezwaar. In tegendeel, het herinnert ons aan de eenzijdigheden en
beperkingen van de reguliere geneeskunde. Voor de tweede vorm van holisme
dienen we beducht te zijn. We komen hier in aanraking met (oosters) magisch
denken, dat ook terug te vinden is bij een aantal alternatieve geneeswijzen.
Dit denken voert gemakkelijk naar de occulte wereld en brengt mensen in
contact met een 'hogere kosmische werkelijkheid', waaruit zogenaamde helende
krachten of energieën zouden ontspringen. In werkelijkheid kan het hier ook
gaan om een 'lagere geestelijke (demonische) werkelijkheid'.
In de schepping zijn ook na de zondeval vele krachten, mogelijkheden en
gaven overgebleven, die de mens mag gebruiken voor het instandhouden van
zijn leven en voor het afweren, dan wel trachten te genezen van zijn
aandoeningen. Ook in een aantal vormen van alternatieve geneeswijzen is men
daarmee bezig. Bij het gebruik van al die mogelijkheden en krachten dient de
mens zich te houden aan Gods onderwijzing ten leven. Echter, als religieus
en geestelijk wezen, heeft de mens ook de mogelijkheid in relatie te treden
met de geestelijke wereld. In die geestelijke wereld zijn evenwel vele
machten die het op de ondergang van de mens hebben voorzien. Met deze
verkeerde machten komt men in contact door gebruik te maken van bepaalde
methoden, zoals inde Bijbel genoemd in Deuteronomium 18:10-11. Het gaat
hierbij om methoden die door de volken rond Israël gebruikt werden, en met
name om vormen van helderziendheid, waarzeggerij en het raadplegen van
geesten als methoden van diagnostiek en vermogens van bezwering / magie /
toverij als methoden van therapie. Ook los van deze expliciete religieuze
contacten brengen deze methoden een contact tot stand met verkeerde
geestelijk machten. Deze machten stellen de mens in staat gebruik te maken
van 'ongewone' krachten. Met andere woorden, ze geven de mens 'paranormale
gaven'. Zonder nu alles wat als paranormaal gezien kan worden (zoals een
ervaring van telepathie waarbij een moeder soms opeens weet dat een kind ver
weg iets ernstigs is overkomen), occult te noemen, lijkt het er toch op dat
het ontwikkelen en exploiteren van dergelijke vermogens leidt tot een
binding aan occulte machten die de mens van God aftrekken en op termijn tot
grote geestelijke, psychische en morele problemen leiden.
Criteria ter toetsing van alternatieve geneeswijzen
De volgende criteria om alternatieve geneeswijzen te toetsen, kunnen worden
geformuleerd:
a) Ten aanzien van de genezer:
Is het mens- en wereldbeeld van de therapeut bepaald vanuit het kosmologisch
holisme?
Zo ja, dan moeten we zeer voorzichtig zijn bij het consulteren van zo'n
genezer.
b) Ten aanzien van de diagnose:
Wordt de patiënt opengesteld voor beïnvloeding door demonen, doordat de
therapeut gebruik maakt van een vorm van waarzeggerij / helderziendheid? Zo
ja, dan mag een christen hiervan geen gebruik maken, omdat er een passieve
opening ontstaat naar de geestenwereld.
c) Ten aanzien van de therapie:
Wordt de patiënt opengesteld voor beïnvloeding van demonen, doordat de
therapeut gebruik maakt van een vorm van toverij / bezwering? Zo ja, dan
geldt hetzelfde als gesteld onder b.
d) Wordt de patiënt opengesteld voor het intreden van demonen in hemzelf,
doordat hij gebracht wordt in een toestand van passiviteit (bijv. hypnose of
trance)? Zo ja, dan kan er een actieve verbinding ontstaan met de
geestenwereld. De patiënt ontwikkelt dan zelf een vorm van paranormaal
vermogen. Dit is voor een christen verboden terrein.
e) Ten aanzien van de medicijnen:
Worden geneesmiddelen gebruikt, die op een of andere wijze 'bezworen' of
'besproken' zijn? Hierbij is sprake van een indirecte relatie tussen patiënt
en genezer. Hier dreigen vooral gevaren voor patiënten die al eerder onder
occulte invloed zijn gekomen, omdat die invloed via deze medicijnen
versterkt kan worden.
Homeopathie
Homeopathie is afgeleid van het Griekse woord homoios (= gelijksoortig) en
pathos (lijden). Homeopathie werkt volgens de zogenaamde
gelijksoortigheidregel ofwel het similia-beginsel ('similia similibus
curentur', Latijn voor 'het gelijkende worde door het gelijkende genezen')
C.F.S. Hahnemann (1755-1843), de grondlegger van de homeopathie, is sterk
beïnvloed door Paracelsus, de Chinese filosoof Confucius, het taoïsme, de
vrijmetselarij, Mesmer, Swedenborg, enz. Hij komt openlijk uit voor de
occulte invloeden.
In de homeopathie worden ongeveer 2000 grondstoffen (uitgangsstoffen)
gebruikt. Ongeveer driekwart is van plantaardige oorspong. Diverse
homeopathische bedrijven hebben een eigen kruidentuin. In deze tuinen worden
veel soorten kruiden op biologische of biologisch-dynamische wijze gekweekt.
Biologisch-dynamisch wil zeggen: volgens de antroposofische richtlijnen van
R. Steiner (zaaien en oogsten bij bepaalde zon- en maanstanden e.d.).
De meest geconcentreerde vloeibare bereiding van een in alcohol of water
oplosbare grondstof wordt in de homeopathie oertinctuur genoemd en aangeduid
met het teken Ø. Die dient vervolgens als basis voor de eerste decimale (D1)
of centimale (C1) potentie. Het woord potentie betekent kracht. Volgens de
homeopathie zou de kracht van een geneesmiddel toenemen naarmate het meer
verdund is, maar dan dient elke verdunningsstap wel gecombineerd te worden
met een potentiërings = schudprocédé.
D1= 1 deel oertinctuur en 9 delen medium (water of alcohol)
C1= 1 deel oertinctuur en 99 delen medium
D2= 1 deel D1 en 9 delen medium
D6: 1 op miljoen verdund
Veel voorkomend zijn D12 en D24, maar men gaat zelfs tot D1000.
De theorie 'hoe hoger de potentie, hoe krachtiger de werking' is moeilijk
overeind te houden, zodra D23 (het getal van Avogadro) gepasseerd wordt. Een
voorbeeld: 1 gram Sulphur D23 bevat 0,024 molecuul zwavel. Omdat een
molecuul ondeelbaar is, is de kans dat in een willekeurige gram van het
totale mengsel nog 1 molecuul zwavel aanwezig is, zo goed als uitgesloten.
Keukenzout D12 komt neer op het 'mengen' van een mespuntje zout met de
gehele Atlantische oceaan.
Bij elke potentiestap wordt 100 maal geschud. Hahnemann geeft nadrukkelijk
aan dat verdunning alleen niets uitwerkt, daarentegen wel verdunning in
combinatie met potentiëren. Alleen de speciale bewerking (de dynamisering)
is in staat de onzichtbare geneesmiddelenkracht te mobiliseren.
Beoordeling door Van Balen e.a.: criteria van B3 toegepast op
homeopathie
Er zijn geen bijbelse argumenten te vinden om de homeopathie af te wijzen
als een occulte geneeswijze. Homeopaten dienen we te toetsen aan de hier
genoemde criteria. Er zijn homeopaten die zich bezighouden met zaken als
spiritisme, pendelen en magnetisme. Zij maken gebruik van occulte methoden.
Dan moet tegen het bezoeken van deze genezers ernstig gewaarschuwd worden
(criteria b en c).
Onder homeopaten zijn veel antroposofische artsen te vinden. Zij vermengen
de homeopathie als geneeswijze met de antroposofische levensbeschouwing.
Deze wordt gekenmerkt door een vorm van kosmologisch holisme (criterium a)
en is op wezenlijke punten in strijd met het christelijk geloof. We kunnen
ze daarom beter mijden. Om dezelfde reden moet terughoudend worden omgegaan
met antroposofische middelen. Het is niet denkbeeldig, dat deze middelen
'besproken' worden (zie criterium a).
Er zijn ook veel bonafide homeopaten, waaronder homeopathisch werkende
huisartsen. Van hun diensten kan en mag gebruik gemaakt worden, zonder
direct gevaar te lopen voor occulte beïnvloeding. Dit is echter alleen het
geval wanneer zij geen aanvullende occulte praktijken beoefenen.
Beoordeling door Ouweneel
De gangbare geneeskunde, zoals wij die kennen, stamt eveneens uit het oude
middeleeuwse occultisme. De moderne geneeskunde heeft zich ontwikkeld uit de
magie in allerlei vorm. Maar werkt die achtergrond nog door? Wat de moderne
geneeskunde betreft, is dit duidelijk niet het geval; het occulte 'gif' is
daar allang uit. Bij de alternatieve geneeswijzen is dit echter niet zo
gemakkelijk vast te stellen. In Nederland was het vroeger zo dat een
homeopaat bijna vanzelfsprekend een christen was en dat homeopathie op de
een of andere manier - merkwaardig genoeg - bij uitstek een christelijke
geneeswijze was. 'Gereformeerd te zijn' of 'van de Vergadering te zijn'
betekende dat je je door homeopathie liet genezen. Maar vandaag is dit
totaal anders. Veel homeopaten oefenen nu hun praktijk uit vanuit een
occultistisch gezichtspunt, dikwijls bijvoorbeeld vanuit het standpunt van
de New-Age-beweging.
Omdat deze methode 200 jaar geleden door een occultist (Hahnemann) ingevoerd
is, betekent dit nog niet, dat als ik die korreltjes slik, ik nu occult
belast word. Als dat het geval is, dan ben ik inderdaad ook occult belast,
want ik kom uit een gezin waarin mijn ouders mij met homeopathie opgevoed
hebben. Maar de korreltjes alleen brengen geen occulte belasting over je.
Het gevaarlijkste aan deze geneeswijzen zijn niet de naalden of de
korreltjes, maar de genezers zelf. Occultische belasting wordt bijna altijd
door personen overgebracht en niet door dingen. Overigens zijn er
uitzonderingen. Er kan een directe 'verbinding' zijn tussen stoffelijke
afgodsbeelden en de demonische machten, net zoals er een directe verbinding
kan zijn tussen demonische machten en amuletten, drugs of andere
tovermiddelen.
Beoordeling door Van der Ven
De kans op de aanwezigheid van geestelijk aspecten in een bepaalde
geneeswijze kan toenemen naarmate logica, het met het gezonde verstand
kunnen benaderen van aspecten van deze geneeswijze, ontbreekt. Een
belangrijke vraag is dus: in hoeverre is bij homeopathie (wetten,
bereidingswijze) sprake van consequente logica? Antwoord: logica ontbreekt,
indien gedacht wordt aan een methode die werkt met een
gelijksoortigheidsregel (bij een vergiftiging met arsenicum geve men
arseen), met een regel van de kleinste of zelfs afwezige dosis (hoe lager de
dosis, hoe groter de werking) en met een regel aangaande potentiëren (hoe
meer geschud, hoe groter de geneeskracht. Logica ontbreekt ook, indien
gedacht wordt aan een bereidingswijze die direct ontleend lijkt te zijn aan
de alchemistische methode van Paracelsus In hoeverre is het feit, dat in de
fabriek gewerkt wordt volgens een mechanisch procédé, een garantie voor
afwezigheid van een alchemistisch proces? Rekening dient ermee gehouden te
worden, dat een deel van het proces nog altijd handmatig geschiedt en dat
het schudproces in de fabriek - hoewel mechanisch - zo goed als gelijk dient
te zijn aan de oorspronkelijke handmatige schudprocedure van Hahnemann.
Nog een alarmsignaal is de geweldige aantrekkingskracht die deze geneeswijze
schijnt uit te oefenen op de New-Age-beweging.
Een duidelijk alarmsignaal is ook het feit, dat homeopathie tot zoveel
strijd aanleiding geeft binnen de christelijke gelederen.
Qua oorsprong ontspruit de homeopathie uit een
heidens-taoïstisch-antichristelijk magisch mengvat. Kan er iets uit zo'n vat
afkomstig zijn, dat goddelijk of een geschenk van God te noemen is? In
hoeverre is het mogelijk veilige homeopathie te bedrijven door onveilige
kanten weg te bannen uit de therapie? En stel dat de tegenwoordige homeopaat
de filosofie en de uitvinder verwerpt, ook dan blijven toch nog altijd
restanten over. Want homeopathie is toch geen homeopathie meer zonder simile
en zonder potentiëren? Dit moet overigens
fytotherapie onderscheiden worden van de niet-occulte fytotherapie, het
gebruik van plantenextracten ter genezing.
Is een alarmsignaal ook niet, dat de occulte methode van het pendelen veelal
de hoge potenties aanwijst als 'de goede'? Zeer bedenkelijk is het volgende
informele bericht: in Engeland en Ierland zouden in een (enige?)
homeopathische fabriek(en) - voordat de middelen gepotentieerd worden -
séances gehouden worden.
Diverse praktijkvoorbeelden maken de negatieve invloed duidelijk.
Homeopathie lijkt in tegenstelling tot andere in dit boek genoemde
geneeswijzen zelden direct en op grote schaal occulte binding uit te
werken. Toch zijn er getuigenissen dat het mogelijk is. Gebleken is hoe
moeilijk het is bij homeopathie een vinger aan de pols te krijgen.
Homeopathie zou gezien kunnen worden als een soort geestelijke wegbereider
van de weg van occultisme. Homeopathie is een geestelijke (metafysische)
geneeswijze. Ook al kan er sprake zijn van een placebo-effect, dan is
daarmee toch niet het geestelijk aandeel van het homeopathische middel
ontkend.
Menig christen zal als gevarenzone van homeopathie noemen: uitgependelde of
besproken homeopathische middelen, biologisch-dynamische homeopathische
middelen (merken: Wala en Weleda) en een bezoek aan een homeopaat die er
andere dubieuze geneesmethoden op na houdt (magnetiseren, mandala tekenen,
meditaties, meridiaanmassage, acupressuur en dergelijke). Anderen brengen
nog een onderscheid aan in lage potenties (tot D12) als ongevaarlijk en hoge
potenties (boven D12, en zeker boven D24, het getal van Avogadro) als
ongeloofwaardig of mogelijk gevaarlijk. Maar : kan een christen die goed
uitkijkt wel veilige grenzen trekken in de omgang met homeopathie?
Acupunctuur
Acupunctuur (acus = naald; pungere = steken) is een onderdeel van de
oosterse geneeskunde, waarbij door het behandelen van bepaalde punten op de
huid of de slijmvliezen het energetisch evenwicht van de mens beïnvloed zou
worden.
Acupunctuur behoort tot de alternatieve geneeswijzen, die geënt zijn op het
Taoïsme, een pantheïstische en polytheïstische oosterse religie. Het Taoïsme
kenmerkt zich onder meer door een kosmologisch holistische mensvisie en het
gebruik van occulte methoden. Een groot aantal acupuncturisten hangt de
Taoïstische religie aan en past occulte methoden toe in hun behandelingen.
Deze genezers moeten christenen, op grond van criteria a-d (zie B3), niet
raadplegen.
Misschien is het mogelijk dat acupunctuur wordt losgekoppeld van het
Taoïsme. Er zijn acupuncturisten die puur pragmatisch bezig zijn en zich in
het geheel niet bezighouden met de Taoïstische religie of, voor zover wij
kunnen beoordelen, met occulte methoden. Een dergelijk empirisch gebruik van
acupunctuur behoeft op grond van de Bijbel niet te worden afgewezen. Vooral
op het gebied van de pijnbestrijding zijn er aanwijzingen voor de
werkzaamheid van acupunctuur. Maar R. v.d. Ven, die zelf acupunctuur heeft
gestudeerd en toegepast, komt tot de conclusie dat er geen enkele
neurologische of anatomische overlapping of samenhang aantoonbaar is met het
anatomisch systeem dat gebruikt wordt in de acupunctuur; meridianen en
acupunctuurpunten hebben geen verwantschap met zenuwbanen of andere systemen
in ons lichaam. De acupuncturist die de wetenschappelijke fundering niet kan
aantonen, kan zijn toevlucht nemen in: 1) theorieën over 'complexe
neurologische systemen'; 2) de verklaring dat pijnvermindering optreedt door
een aantoonbare pijnsubstantie, die ons lichaam kan maken, de endorfines ten
gevolge van een acupunctuurbehandeling; 3) het formuleren van in de psyche
van de mens 'wetenschappelijk' werkende zaken als hypnose en
placebo-effecten; 4) het formuleren van in de geest van de mens
'wetenschappelijk 'werkzame zaken als bijzonder fijnstoffelijke, maar wel
aanwezige meridianen en acupunctuurpunten. Het is mogelijk dat er in de
toekomst toch een of ander neurofysiologisch verklaarbaar fenomeen gevonden
wordt, of bewezen toenames van endorfines worden vastgesteld, dan nog blijft
voor christenen de vraag bestaan of er naast een ten dele wetenschappelijke
verklaring ook niet een aanvullend geestelijke bestaat, omdat in dat geval
niet alleen lichamelijke, maar ook geestelijke aspecten meespelen in het
eindresultaat.
Iriscopie
Iriscopie betekent letterlijk het bekijken van de iris (= het regenboogvlies
van het oog, skopein = bekijken, doorzoeken). Het onderzoeken van de ogen is
ook in de reguliere geneeskunde een belangrijke bron van informatie. Hierbij
wordt o.a. op de volgende zaken gelet: de kleur van de oogbol (wit, rood,
geel); de vorm en grootte van de pupillen en hun reactie op licht en
convergentie; en de conditie van het netvlies (retina).
In de reguliere geneeskunde vindt men dat de verschillende tekens en kleuren
van het regenboogvlies van weinig geneeskundig belang zijn. De iriscopie is
daarop echter gebaseerd. De iris zou een van de zeer weinige plaatsen zijn
waar men direct met het blote oog kan zien in welke toestand
lichaamsweefsels, die anders door huid of haar bedekt zijn, zich bevinden.
Het bestuderen van het regenboogvlies is dus een specifieke methode om te
trachten er achter te komen wat er fout is met de gezondheid. Iriscopie
wordt meestal niet als een op zichzelf staand 'vak' beoefend. Het is vaak
slechts een onderdeel van het vakkenpakket van verschillende cursussen voor
alternatieve geneeswijzen. Meestal wordt iriscopie toegepast door genezers
op het gebied van de natuurgeneeskunst, de homeopathie en het magnetisme.
Bij de iriscopie wordt de diagnose soms gecombineerd met het 'lezen' van de
pupil, de schedel, het gelaat, het haar, de hand, de nagels. Ook wordt soms
gebruik gemaakt van occulte methoden zoals astrologie, telepathie, enz. 'Het
is niet alleen een kwestie van kijken, maar vooral van zien' is het soort
opmerkingen dat vaak door de minder wetenschappelijk georiënteerde
iriscopisten gebruikt wordt. Bijna altijd wordt dan gezegd dat men een
speciale begaafdheid moet hebben om een goed iriscopist te zijn. Het is
duidelijk dat men dergelijke 'genezers' op grond van criteria a, b en c (zie
B3) beter kan mijden. Bovendien kan iriscopie niet los worden gezien van de
taoïstische achtergrond.
Een aantal van de moderne (meer wetenschappelijk georiënteerde) genezers
beschouwt iriscopie als niet meer dan een (minder belangrijk) hulpmiddel bij
het vaststellen van de diagnose bij verschillende ziekten en zal zich daarom
niet als iriscopist presenteren. De achterliggende ideeën wijzen zij af en
zij betrekken er ook geen occulte methoden bij. Een zeer klein aantal artsen
en zelfs oogartsen past iriscopie toe als aanvulling op hun gewone
diagnostische benaderingen. Bij hen zou men voorzichtig moeten zijn in het
afwijzen van iriscopie op geestelijke gronden. Hier is niet meer sprake van
de 'echte iriscopie' maar eerder van een bepaald soort oogdiagnostiek.
Bijvoorbeeld, mensen met specifieke irissoorten zouden een verhoogde
vatbaarheid hebben voor bepaalde ziektetoestanden. Wetenschappelijke
onderzoeken over de accuraatheid van hun resultaten zijn nog niet
beschikbaar. Wel heeft degelijk wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat
iriscopie in de gebruikelijke zin van het woord onvoldoende betrouwbaar is
om als enige diagnostische methode te gebruiken.
I. von Péczely wordt wel de vader van de iriscopie genoemd, ook al is hij
niet de ontdekker. Hij beweert dat de veranderingen in het regenboogvlies
van een uil aanleiding gaven tot zijn theorie. Latere onderzoekers (F. Vida,
J. Deck) beweren dat er bij dieren geen samenhang is tussen iris en
lichamelijke afwijkingen. De aanhangers van de iriscopie hebben wel
geprobeerd enige wetenschappelijke verklaringen te geven, maar de meningen
lopen sterk uiteen. Er is een humurale verklaring, er zijn metafysische
verklaringen, bijv. de entelechie (verdedigd door N. Bos, hoewel hij van
mening is dat de methode niet werkt bij kinderen) en de neurogene verklaring
(W. Lang). Maar deze zijn niet wetenschappelijk aantoonbaar.
Tevens zijn er veel verschillende iriskaarten (E. Schreck: minstens 19).
Waar bij I. van Péczely de lever ligt, ligt bij E. Felde de hand en arm, bij
M. Madaus de ribben, bij H. Struck de okselklieren, bij F. Vida en J. Deck
de galwegen en de galblaas. R. v.d. Ven heeft als natuurarts 2 jaar
iriscopie bestudeerd in Eindhoven. Zijn resultaten waren teleurstellend,
totdat hij zich bezig ging houden met occulte zaken. Daarna steeg het
percentage juiste diagnoses in belangrijke mate.
S. Pfeiffer: 'Vele iriscopisten ontkennen de werkelijk basis van hun
diagnostische methode en trachten respect voor hun methode af te dwingen
door een veelheid van pseudo-wetenschappelijke verklaringen. In feite gaat
het om een diagnostische methode die gebaseerd is op oosterse filosofie en
magische concepten.' W. van Hengel, redacteur RD, heeft zelf een jaar
iriscopie gestudeerd en komt tot de conclusie: 'Het was niet te leren'.
Evenals vele anderen is hij van mening dat alleen observatie niet genoeg is.
Dat iriscopie een vorm van tekenmantiek (tekenwichelarij) is, wordt
ondersteund door het getuigenis van de arts R. Steintel en de hoogleraar E.
Issberner-Haldane.
Eigen standpunt en advies
De materie is behoorlijk ingewikkeld en het valt niet mee om een duidelijk
zicht te krijgen op de alternatieve geneeswijzen. In de literatuur is het
boek van Van der Ven het meest gedetailleerd en bovendien spreekt hij uit
eigen ervaring. De mogelijkheid bestaat dat bij hem een reactie-houding
aanwezig is, maar de hoeveelheid literatuur die hij verwerkt heeft, is
indrukwekkend. Het is jammer dat zijn boek van 479 pagina's niet gebruikt is
in het rapport voor DVZ; dat rapport is uitsluitend gebaseerd op het boek
van Van Balen e.a. uit 1993.
Een zorgverzekeraar die vanuit een christelijke overtuiging wil werken, zal
in veel gevallen moeten letten op een consensus in de beoordeling.
Individuele cliënten kunnen uiteraard striktere of ruimere opvattingen
hebben. In geval van twijfel verdient het aanbeveling de producten niet in
het basispakket, maar in aanvullende pakketten aan te bieden, zodat de
cliënten eigen keuzes kunnen maken. Dit is nu ook in de Pro Life polissen
het geval.
Het lijkt me dat acupunctuur en iriscopie het beste uitgesloten kunnen
worden van vergoeding. Ten aanzien van homeopathie heb ik de neiging om deze
ook uit te sluiten op basis van het werk van Van der Ven, maar ik besef goed
dat die basis wellicht als te smal wordt gezien. En er bestaat de praktijk
van vergoeding. De huidige omschrijving lijkt mij redelijk, al is het vreemd
dat in de laatste zin 'klassiek' tussen haakjes staat.
De bovengenoemde criteria in paragraaf B3 zijn zeer moeilijk te toetsen in
de praktijk en daarom zal een algemenere richtlijn voor vergoeding
geformuleerd moeten worden.
Dr. M.J. Paul
