11 oktober 2011 Pro Life in een artikel in het ND
CHRISTENEN EN HUN ORGANISATIES
PROF. GERARD DEKKER • EMERITUS HOOGLERAAR GODSDIENSTSOCIOLOGIE VRIJE UNIVERSITEIT
Twee direct met elkaar samenhangende ontwikkelingen zijn bezig
het bestaan van christelijke organisaties te ondermijnen. Dat
betreft de processen van individualisering en van subjectivering.
Individualisering gaat over het proces waarbij mensen losraken en
zich losmaken van de traditionele verbanden, zoals de familie, de
lokale gemeenschap en de kerk, en in toenemende mate zelf willen
en/of moeten bepalen hoe zij hun leven vormgeven. Door het proces
van individualisering staan allerlei vanzelfsprekendheden ter
discussie. Er is sprake van toegenomen keuzevrijheid (én van
keuzedwang).
Individuen zien zich steeds meer genoodzaakt hun eigen levensloop
te ontwerpen en kunnen steeds minder gemakkelijk terugvallen op
traditionele patronen.
Nauw samenhangend met individualisering is het proces van
subjectivering. Dat is het gegeven dat de subjectieve ervaring, de
beleving van de mensen, belangrijker wordt dan wat zogenaamd
objectief vaststaat, het voorgegevene en het voorgeschrevene.
Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat mensen niet meer een
complete levensbeschouwing van een levensbeschouwelijke groepering
overnemen. Zij selecteren: zij nemen van de levensbeschouwing die
zij krijgen aangeboden of waarin zij zijn opgegroeid alleen die
elementen over, waarvan zij vinden dat die in hun leven passen.
Elementen die zij niet in hun levensontwerp kunnen inpassen laten
zij liggen. Dat is de achtergrond van de toegenomen en nog steeds
toenemende pluraliteit in het godsdienstig en kerkelijk leven. Met
als consequentie dat godsdienst, en dus ook het christelijk geloof,
steeds minder de bron van onze zingeving en onze moraal wordt.
Dat is wat we in de praktijk hebben zien ontstaan en wat steeds
meer gemeengoed wordt: vanuit dezelfde geloofsovertuiging hangen
mensen zeer verschillende waarden aan en ontwikkelen ze onderling
zeer verschillende levensvisies. Én bepaalde waarden en opvattingen
over het leven worden door mensen met zeer verschillende
levensbeschouwelijke achtergrond gedeeld.
fundamentele aantasting
De geschetste ontwikkelingen vormen volgens mij een fundamentele
aantasting van de mogelijkheid om in de toekomst nog christelijke
organisaties te stichten en in stand te houden. En daarop is ook
mijn ‘voorspelling’ gebaseerd dat er over 25 jaar geen rechtmatige
plaats voor christelijke organisaties in de Nederlandse samenleving
meer zal zijn.
Ik hecht eraan te zeggen dat deze visie gaat over christelijke
organisaties en niet over het christelijke geloof op zichzelf.
Daarover ben ik een stuk minder negatief gestemd. Het christelijke
geloof zal zeker overleven, ook al zal de invulling en organisatie
hiervan anders zijn dan dat wij nu gewend zijn. Gods werk gaat
door, dat staat vast.
Mijn conclusie met betrekking tot christelijke organisaties zoals
Pro Life Zorgverzekeringen, maar ook andere christelijke
organisaties, is dus dat het zeer onwaarschijnlijk is dat die
instelling zich over 25 jaar nog als exclusief christelijk
organisatie kan presenteren. Het gaat mij hier met name om die
laatste toevoeging: als christelijke organisatie, want zo
presenteert deze instellingen zich toch. Dat de
verzekeringsinstelling over 25 jaar nog bestaat, is allerminst
uitgesloten, zij het dat deze er als gevolg van reorganisatie en/of
fusie – gebruikelijke processen in onze samenleving – er wellicht
anders zal uitzien dan op dit moment. In alle organisaties werken
immers krachten in de richting van zelfbehoud. Dit kan zelfs leiden
tot een verandering van de oorspronkelijke bedoelingen van de
organisatie, ja, het kan er zelfs toe leiden dat het voortbestaan
van de organisatie doel in zichzelf wordt.
In het concrete geval van Pro Life zal men nog wel bij de eigen
doeleinden kunnen blijven. Er zullen mensen blijven die zulke grote
bezwaren tegen abortus en euthanasie hebben dat ze op zoek zijn
naar een bij die visie passende verzekeringsvorm. Maar in de
toekomst zal de exclusieve relatie tussen christelijk geloof en
bezwaren tegen abortus en euthanasie steeds zwakker worden. Dat wil
zeggen dat het deelnemersbestand van een christelijke
zorgverzekering qua samenstelling waarschijnlijk zal veranderen.
Anders gezegd: vanwege de zwakker wordende relatie tussen
levensbeschouwelijke overtuigingen en aangehangen waarden, zullen
er ook niet-christenen zijn die de christelijke levensvisie delen
en zich daarom tot Pro Life wenden, maar zal het aantal christenen
onder de verzekerden relatief gezien waarschijnlijk dalen. In ieder
geval ligt het in de verwachting – en ook dit weer op grond van het
feit dat het christelijk geloof steeds minder de bron van zingeving
en moraal zal zijn – dat het aantal christenen met de door de
organisatie aangehangen levensvisie kleiner zal worden. Veel
christenen hangen ook met betrekking tot vragen van leven en dood,
en dus ook met betrekking tot abortus en euthanasie, een andere
visie aan of propageren die zelfs.
niet meer organiseren?
Is deze verwachte ontwikkeling nu voldoende reden om zich niet meer
als christenen te organiseren? Concreet: om christelijke
organisaties in de toekomst geen christelijke organisatie meer te
noemen? Het getal geeft in deze aangelegenheden toch niet de
doorslag?
Dat laatste is juist, maar gezien de aard van de ontwikkelingen
komen alle organisaties toch niet onder de vraag uit of het wel
terecht is dat ze zich in de toekomst christelijke organisatie
blijven noemen. En dat niet in de eerste plaats omdat ook
niet-christenen hun levensvisie aanhangen, maar omdat er buiten en
naast hen zo veel christenen zijn die een andere levensvisie
hebben. Dat gegeven moet tot de vraag leiden – een vraag die bij de
toenemende pluraliteit onder christenen (ook onder orthodoxe
christenen) steeds klemmender wordt: met welk recht mag een groep
christenen de pretentie blijven voeren dat zíj de juiste
interpretatie hebben van wat het christelijk geloof vraagt inzake
het optreden in de samenleving? Want al of niet uitgesproken doen
ze dat. Vandaar mijn verwachting dat er over 25 jaar geen
rechtmatige plaats voor christelijke organisaties in de Nederlandse
samenleving zal zijn. <
2000 JAAR CHRISTELIJK SUCCES
DOOR BRAM ALKEMA • MARKETING INNOVATIE EXPERT
Somberheid over christelijke organisaties is niet nodig, zei Bram Alkema op de vorige week gehouden jubileumbijeenkomst van Pro Life Zorgverzekering. ‘De christelijke kerk heeft een zeer succesvolle communicatiestrategie, waar zelfs Google jaloers op kan zijn.’ Hieronder een ingekorte versie van zijn lezing.
We steken elkaar enorm aan. Niet alleen met hoofdluis of met geeuwen, maar ook met normen en mode, en nog veel meer. Sociaal-psychologen moesten tot voor kort altijd maar gissen hoe dat in z’n werk ging. We hadden geen manier om menselijke netwerken echt goed in kaart te brengen. Die hebben we nu wel. Het heet Sociale Netwerk Analyse. De opkomst van Hyves, Twitter en Facebook legt namelijk allerlei informele netwerken bloot. Zichtbare netwerken (communities) die we door kunnen meten op ‘besmetting’. Daardoor komen we achter opmerkelijke dingen. Bijvoorbeeld in de zorg.
In zijn boek Connected geeft de Amerikaanse dokter Nicholas Christakis een paar aardige uitkomsten. Ik noem er een paar. Obesitas, zelfmoord, roken en alcoholmisbruik blijken erg besmettelijk. Hoe meer knopen (een knoop is een onderdeel van een sociaal netwerk, red.) in je vriendennetwerk er last van hebben, hoe groter jouw kans. De mate waarin je daarna een beroep doet op zorg is sterk afhankelijk van de gemeenschap waarin je leeft.
verknoopte mensen
Vreugde en depressie hebben een sterk gemeenschapseffect. Zelfs zwangerschap en overlijden hebben een hevig doorgeefeffect. Een effect dat zelfs merkbaar is voor vrienden van vrienden van vrienden.
Onze westerse samenleving heeft in het verleden altijd geprobeerd individuen te genezen. In China echter was men bijvoorbeeld gewend depressies vooral als een groepsaangelegenheid te behandelen. Christakis lijkt te suggereren dat we mantelzorgsters en hun netwerk veel meer moeten betrekken bij het vormgeven van zorg. En dat op een pakje sigaretten niet hoort te staan dat roken dodelijk is. Er zou moeten staan dat je vooral andere vrienden moet zoeken. Het elegante van deze wetenschap is natuurlijk dat het bevestigt wat we stiekem al wel wisten. Denk aan de spreekwoorden ‘Waar je mee omgaat wordt je mee besmet’ en ‘Zeg mij wie uw vrienden zijn...’. Ik moest daarom even lachen toen ik iemand hoorde klagen dat er op Twitter zo veel onzin stond.
Ik grapte dat hij op Twitter toch het leven van zijn vrienden volgt en dat het dus zijn vrienden waren die onzin vertelden. Net als bij het roken was mijn oplossing: zoek andere vrienden.
doorverteleffect
Marketing mensen, zoals ik, snappen sindskort waarom antirookcampagnes maar 15 procent daling van het aantal rokers heeft bewerkstelligd. Opeens wordt zichtbaar waarom grote merken zoals Google, Facebook, maar ook Apple en Starbucks niet, of nauwelijks, adverteren. De grootste merken leunen liever op het doorvertel/sociale effect. Elke Apple-klant doet aan merkevangelisatie. Ze werft in haar leven drie nieuwe klanten. Laat anderen maar reclame maken voor ons, lijken ze bij Apple te denken. Mond-tot-mond reclame of imitatie is niet zomaar een gunstig bijeffect, het is het belangrijkste effect.
Ik spreek vaak over de invloed van nieuwe marketing op onze samenleving. Ik wijs dan vaak op het communicatieplan van de meest succesvolle organisatie ooit, de christelijke kerk. Door de bank genomen zou zelfs Google jaloers moeten zijn. De communicatie van deze organisatie bestaat namelijk uit een perfecte mix van preekstoel, biechtstoel (pastoraal werk) en Bijbelclub (evangelisatie). In nieuwe marketingtermen heet dat zenden, verbinden en delen. Ik besef best dat het raar, misschien wel oneerbiedig, klinkt, maar christelijke communities werken al 2000 jaar met sociale media. Met de kracht van voorleven en doorvertellen.
In die zin, zoals met muziek, heeft de kerk sociale netwerken misschien niet uitgevonden, maar wel groot gemaakt. De christelijke kerk wist allang dat ziekte, (on)deugd, vreugde, economische voorspoed en ethiek vooral opgelost moesten worden in de gemeenschap. Dat grote roergangers niet alleen praten tegen, maar ook praten met. En vooral het onderlinge praten aanmoedigen.
Ik durf de voorspelling aan dat we over 25 jaar niet meer praten over sociale media. We hebben het immers ook al lang niet meer over ‘surfen op de digitale snelweg’. We weten wel steeds beter dat de aanpak van de christelijke kerk op veel fronten een logische was en is. In de zorg bijvoorbeeld of in de communicatie. Begrijp me goed. Preken is niet slecht. Maar wat er over doorverteld wordt, is veel belangrijker. Daarom denk ik dat christelijke organisaties over 25 jaar nog zeker bestaan. Ze zullen alleen anders georganiseerd zijn. Nieuwe wijn in nieuwe zakken, maar het is nog steeds wijn. <
